— Terug naar het nieuws donderdag oktober 18, 2018

„Een uniek en ongekend voorbeeld van patiëntenparticipatie in wetenschappelijk onderzoek”, door Prof. Dr. G. G. B. B., Professor in de Geneeskunde aan de Universiteit van Genève. Anne De Paepe

Zeldzame genetische ziekten, zoals het Marfan syndroom, zijn lange tijd een verwaarloosd gebied in de geneeskunde geweest. Omdat ze zo zeldzaam zijn, is de kennis en interesse van de medische wereld vaak ontoereikend, waardoor veel patiënten een lange periode van onderzoek moeten doormaken om een nauwkeurige diagnose, follow-up en mogelijke behandeling te krijgen. Vanwege het kleine aantal patiënten zijn farmaceutische bedrijven over het algemeen niet geïnteresseerd in investeringen in onderzoek dat tot betere behandelingen zou kunnen leiden.

De toegenomen aandacht voor zeldzame ziekten door de wetenschappelijke en medische gemeenschap en, meer recentelijk, door nationale en Europese politieke besluitvormers, is voornamelijk te danken aan patiëntenorganisaties die zich hebben gerealiseerd dat ze zelf voor hun zaak moeten opkomen. De aanzienlijke vooruitgang in wetenschappelijke kennis en de hernieuwde belangstelling voor deze zeldzame ziekten zijn dan ook grotendeels te danken aan initiatieven van patiënten en hun families. Ze hebben hard gewerkt om de communicatie en kennis over zeldzame ziekten te verbeteren en om grootschalige fondsenwervingsinitiatieven te lanceren om de financiële middelen bij elkaar te krijgen die nodig zijn om onderzoek te ondersteunen. In dit opzicht zijn de patiëntenverenigingen voor het Marfan syndroom voorbeeldig, met onder andere de ABSM in België en de Franse en Amerikaanse Marfan verenigingen die zich al jaren met toewijding en efficiëntie inzetten om de betrokken wetenschappers en clinici te ondersteunen.

Patiënten met het Marfan syndroom lopen een verhoogd risico op ernstige cardiovasculaire complicaties die tot een voortijdig overlijden kunnen leiden. Hoewel de levensverwachting de afgelopen jaren aanzienlijk is verbeterd dankzij nauwkeurigere en snellere diagnosemethoden en de mogelijkheid van preventieve aortachirurgie, bestaat er momenteel geen adequaat geneesmiddel om de ernstige complicaties van de ziekte te voorkomen, te behandelen of te genezen, laat staan om de ziekte zelf te voorkomen. Er is grote vooruitgang geboekt bij de diagnose en het vaststellen van de verantwoordelijke genetische afwijking: het gaat om een mutatie in het gen dat codeert voor fibrilline 1, een eiwit dat belangrijk is voor de opbouw van de bindweefsels die onder andere de aortawand ondersteunen. Vandaag de dag zijn talrijke mutaties van fibrilline 1 bekend en is moleculair onderzoek bij de diagnostiek van een vermoedelijk geval van het Marfan syndroom bijna standaard geworden. Maar de ontdekking van het verantwoordelijke gen en de afwijkingen ervan verklaart niet de grote variabiliteit in de ernst van de klinische verschijnselen. Door deze variabiliteit vertonen patiënten, zelfs zij met dezelfde fibrilline 1-mutatie – zowel binnen eenzelfde familie als in verschillende families – aanzienlijke verschillen in de aard en de ernst van de klinische symptomen, de complicaties en de levensverwachting. Waarom vertoont de ene patiënt een levensbedreigende aortadilatatie en de andere een lichte hartklepprolaps? Waarom lijdt de ene patiënt aan ernstige oogproblemen en de andere slechts aan een lichte bijziendheid? En waarom zijn de skeletafwijkingen zo variabel? Zijn bepaalde erfelijke factoren en/of omgevingsfactoren beschermend en andere verzwarend?

De buitengewone ontwikkelingen die we momenteel meemaken op het gebied van gentechnologie (waaronder whole genome sequencing) en bio-informatica bieden ongekende mogelijkheden om nieuwe onderzoeksstrategieën te ontdekken die kunnen leiden tot een antwoord op deze vragen.

Romain en Ludivine Alderweireldt, ouders van Aurélien, die aan het Marfan syndroom lijdt, hebben dit heel goed begrepen. Gedreven door een uitzonderlijke motivatie en de wil om het wetenschappelijk onderzoek naar het Marfan syndroom met “10 jaar” vooruit te helpen en zo hun zoon – en met hem de hele Marfan-gemeenschap – een beter toekomstperspectief te bieden, hebben zij zich met een verbazingwekkende snelheid en efficiëntie vertrouwd gemaakt met de wetenschappelijke, juridische en ethische aspecten van wetenschappelijk onderzoek. Met de steun van de Koning Boudewijnstichting hebben zij hun Stichting 101 Genomes opgericht om de nodige financiële middelen in te zamelen (fundraising).

Met het 101 Marfan Genomes project willen ze een bioinformatica platform bieden met zeer nauwkeurige klinische en genomische gegevens van een cohort van 101 Marfan patiënten met verschillende klinische profielen en ernst van de symptomen. Dit platform kan op gerechtvaardigd verzoek worden geraadpleegd en gebruikt door alle betrokken onderzoekers over de hele wereld. Door fenotypische en genomische databases met elkaar te vergelijken, hopen ze de ” modifier genes ” te identificeren die de klinische variabiliteit bepalen, mogelijk door een ” protective ” of ” aggravating ” effect, en zo kunnen leiden tot de ontdekking van nieuwe geneesmiddelen of behandelingen die ernstige complicaties kunnen voorkomen.

Het project is stimulerend en zeer ambitieus en, zoals bij al het innovatieve en originele onderzoek, is de uitkomst niet voorspelbaar. Het zal zeker leiden tot nieuwe ontdekkingen die niet alleen nuttig zullen zijn voor het Marfan syndroom, maar ook voor vele andere genetische ziekten.

Romain en Ludivine hebben een multidisciplinair team van vooraanstaande klinische en genetische experts op het gebied van het Marfan syndroom in België en Parijs bij elkaar gebracht, evenals experts op het gebied van moleculaire biologie en bio-informatica. Ze omringen zich ook met juridische en ethische expertise van onschatbare waarde. De gekozen onderzoeksstrategie is uniek, bouwt voort op reeds interessante voorlopige resultaten en maakt gebruik van de nieuwste en meest effectieve technieken voor het analyseren van het volledige genoom. Daarnaast zal er speciale aandacht worden besteed aan de registratie van nauwkeurige klinische gegevens, een van de moeilijkste en meest delicate aspecten en daarom vaak de zwakste schakel in dit soort onderzoeksinitiatieven. Tot slot zal dit project dankzij de opgebouwde relaties kunnen worden afgestemd op belangrijke Europese initiatieven, zoals het European Reference Network (ERN), en onder de aandacht worden gebracht van grote internationale consortia die zich richten op het syndroom van Marfan en aorta-aneurysma’s, zoals het Montalcino Aortic Consortium (MAC).

Het enthousiasme en de motivatie van Romain en Ludivine maken het 101 Genomes project tot een uniek en ongekend voorbeeld van betrokkenheid van patiënten bij wetenschappelijk onderzoek. Ze zijn een fantastisch model en een inspiratiebron voor vele andere zeldzame ziekten ! Zij verdienen al onze steun, respect en bewondering !

 

Anne De Paepe
Voorzitter van het Directiecomité van het 101 Genoom Fonds van de Koning Boudewijnstichting
Hoogleraar humane genetica en rector van de Universiteit Gent

Dit bericht is ook beschikbaar in: English (Engels) Français (Frans) Español (Spaans)